Genetische, erfelijke en chromosomale aandoeningen
Genetische aandoeningen vinden hun oorsprong in het erfelijk materiaal (chromosomen, genen, DNA). Ook een verhoogde gevoeligheid voor 'gewone'' ziekten, zelfs infectieziekten, kan genetisch bepaald zijn.
Erfelijke aandoeningen zijn genetische aandoeningen die ouders aan hun kinderen kunnen doorgegeven, die dus overerfbaar zijn. Maar een genetische, chromosomale of erfelijke aandoening kan ook vroeger (embryonaal) of later in het leven spontaan ontstaan bij iemand bij wie de aandoening niet in de familie voorkomt.
Veel bij de VSOP aangesloten aandoeningen zijn geheel of gedeeltelijk genetisch bepaald. Meestal zijn het zeldzame aandoningen. Die combinatie: genetisch en zeldzaam, veroorzaakt een specifieke problematiek die om specifieke aandacht vraagt van een organisatie als de VSOP.
Zie www.erfelijkheid.nl voor meer informatie over alles wat met erfelijkheid en genetica te maken heeft.

